Tips voor OKAN-leerkrachten

Gebruik van deze site

Ben je een OKAN-leerkracht of geef je les aan volwassen anderstaligen dan hoop ik dat je anderstaligen naar deze website verwijst!

Merk je fouten op of heb je suggesties om de site te verbeteren, aarzel niet om mij een mailtje te sturen. Klik hier.

Tips


Ben je overtuigd van de digitale taalhulpmiddelen die ik op deze site presenteer? Vraag dan aan de ict-verantwoordelijke om drie essentiële extensies op alle computers te installeren op school én gebruik het Nederlands pop-upwoordenboek en de Belgisch-Nederlandse computerstem ook zelf geregeld in de les, liefst zonder reclame!


Leer leerlingen in de les hoe ze bij het inoefenen thuis de taalhulpmiddelen voor computer, gsm of tablet kunnen inzetten.


Werkblaadjes 2.0
Zorg ervoor dat leerlingen al je werkblaadjes achteraf kunnen gebruiken om de les in te oefenen. Kunnen ze de (ingevulde) oplossingen verbergen met een blaadje?

Dat gebeurt liefst zo uniform mogelijk. Laat ze de oplossingen bv. altijd in een rechterkolom op de pagina schrijven.

Bezorg leerlingen de pdf-files van je cursus via Smartschool of een eigen gedeelde OneDrive-map. Liefst mét de oplossingen – zodat ze thuis geen fouten inoefenen!

Of beter nog: bezorg ze handige en overzichtelijk opgestelde pdf-files van wat ze moeten kennen – steeds in twee of meer kolommen. Bv. een woordenschatlijst met in de linkerkolom de afbeelding, in de rechterkolom het woord of een invuloefening met de oplossing niet in de zin, maar in een aparte rechterkolom.


Woordenschatoefeningen 2.0
Wat denk je van dit voorstel?

Theorie en voorbeelden

de- en het-woorden
de- en het-woorden

Anderstaligen die Nederlands leren hebben veel moeite met het verschil tussen de- en het-woorden. Bij nieuwe woordenschat moeten zij daarom best onmiddellijk het lidwoord leren. Dat is – jammer genoeg – niet het geval op bv. http://www.ictnoordlimburg.be/index.php/anderstaligen

Het is daarbij misschien ook interessant om dat onmiddellijk te koppelen aan een aantal zaken die met de- en het-woorden onlosmakelijk te maken hebben.

Het-woorden hebben dat als aanwijzend voornaamwoord, de-woorden hebben die:
dat meisje
die jongen

Het-woorden hebben dat als betrekkelijk voornaamwoord, de-woorden die: (ook voor veel Vlamingen een probleem!)
het meisje dat
de jongen die

Het-woorden hebben geen vervoeging van het bijvoeglijk naamwoord na het onbepaald lidwoord (enz.):
een mooie jongen
een mooi meisje
Vergelijk met:de mooie jongen & het mooie meisje

Misschien is het ook aan te raden om meteen het meervoud en het verkleinwoord aan te leren. Verkleinwoorden zijn altijd het-woorden.

Hieronder zie je twee voorbeelden van mogelijke inoefenbladen om leerlingen (thuis) de woordenschatles nog eens te laten inoefenen.

Een inoefenblad is in kolommen verdeeld zodat de leerlingen de oplossingen kunnen bedekken. In de eerste kolom staat de tekening of het woord zonder lidwoord, in de tweede kolom enkele prompts of cues die leerlingen een houvast moeten bieden voor de zinnetjes die ze moeten zeggen.

Ik ben ook voorstander van het inslijpen van taalstructuren via betekenisvolle zinnetjes als mantra’s te herhalen. Het is dus ook zaak makkelijke maar zinvolle of leuke zinnetjes te vinden.

Een inoefenblad bied je liefst ook digitaal aan zodat leerlingen thuis digitale taalhulpmiddelen kunnen inzetten.

Twee voorbeelden ter illustratie

1 – korte en lange klinkers
2 – dieren, fruit, bij de bakker & schoolgerief

 

Advertenties